Over VLHORA

De Vlaamse Hogescholenraad is het officieel overleg- en adviesorgaan van de hogescholen.

Ze adviseert de Vlaamse overheid over alle beleidsaspecten inzake het hogeschoolonderwijs, het projectmatig wetenschappelijk onderzoek, de maatschappelijke dienstverlening en de beoefening van de kunsten. Bovendien organiseert en stimuleert VLHORA ook het overleg tussen de instellingen aangaande alle materies die de hogescholen aanbelangen.

Pascale De Groote, voorzitter VLHORA, aan het woord

Mijnheer de minister van staat
Mevrouw en mijnheer de minister
Geachte parlementsleden
Dames en heren bestuurders van VLHORA
Beste partners uit het werkveld
Beste alumni en collegae van de hogescholen, vrienden van de universiteiten
Beste studenten
Dames en heren

“Op middellange termijn zullen werkgevers en studenten in een merkwaardige coalitie stappen om de dominantie van universiteiten en hogescholen inzake kwalificatie te bestrijden” zo zei OESO-topman Dirk Van Damme in de laatste uitgave van het magazine Th&ma. Wat is straks een hoger onderwijsdiploma nog waard? Welke toekomst staat de universiteiten en hogescholen te wachten?

Dirk Van Damme is duidelijk. Ik citeer:
“De erosie van de kwalificatiefunctie van het hoger onderwijs lijkt moeilijk te stoppen. Diplomavoorwaarden worden steeds soepeler en breder. De grote mismatch en de mobiliteit op de arbeidsmarkt noodzaken hogeronderwijsinstellingen breder op te leiden en een groter gewicht te geven aan transversale competenties.”
(…) “ Er zal een toenemende verschuiving in assessment plaatsvinden van hogeronderwijsinstellingen naar bedrijven. In sommige segmenten van de arbeidsmarkt met grote tekorten is het nu al duidelijk dat werkgevers potentieel talent opsporen en wegkapen nog voor de kwalificatie met een diploma is behaald”, einde citaat.

Dames en heren,
Ik ben ervan overtuigd dat diplomagericht hoger onderwijs nog wél geruime tijd de missie van universiteiten en hogescholen zal blijven en van grote waarde zal blijven voor de economie en de samenleving.
Maar, we zullen nog wendbaarder moeten worden en ons nog beter moeten aanpassen aan de veranderende omgeving. We zullen onze unique selling proposition bij de tijd moeten brengen en bepalen hoe we met hogescholen waarde kunnen blijven bieden aan de economie en de samenleving, bepalen hoe we onze rol willen invullen in de vorming van het talent voor morgen.

Ik blik graag met jullie vooruit. Wie zijn onze studenten in 2027, drie jaar na afloop van de volgende Vlaamse regering?
Tegen 2027 is het aantal 18-jarigen met 9,85% gestegen, goed voor 9.119 extra potentiële generatiestudenten. De groei is nog groter in steden als Brussel, Antwerpen en Gent. De generatie die instroomt – generatie Z – zal een uitgesproken diverse samenstelling kennen op het vlak van nationaliteit en gesproken thuistaal. Ze zien de meerwaarde van onderwijs, maar hechten vooral veel belang aan de context: waarom en met welk doel leer je iets? Deze studenten willen ontdekken waar ze goed in zijn en die talenten verder ontwikkelen, wat hen motiveert om de lat steeds hoger te leggen. Ze willen met volle goesting kiezen voor een opleiding.

Zonet hebben enkele alumni van de Vlaamse hogescholen een inkijk gegeven in hun economische en maatschappelijke bijdrage. Hun passie, energie en goesting sprak boekdelen. Jullie zijn echte rolmodellen voor de volgende generatie studenten. Veel dank daarvoor!

Ook het werkveld van onze alumni zal tegen 2027 veranderd zijn? Technologie en digitalisering zullen een belangrijke invloed hebben op de toekomstige vraag naar jobs en competenties. De aard van de jobs zal permanent veranderen. De houdbaarheidsdatum van kwalificaties en competenties zal verder verkorten. Transversale competenties zullen de basis vormen voor een permanente competentieontwikkeling van onze alumni. Werkgevers zullen belang hechten aan inzetbaarheid en dus aan een leven lang leren. Gefragmenteerde vormen van participatie aan het hoger onderwijs worden steeds belangrijker. Dit betekent dat we in de toekomst niet alleen generatie Z als studenten zullen verwelkomen. Steeds meer mensen die werken of werk zoeken zullen tijdens hun loopbaan een flexibel traject aan een hogeschool of universiteit willen volgen.

Kortom, dames en heren
groei in competenties zal van … en voor iedereen zijn!

Hierin willen we als Vlaamse hogescholen een belangrijke rol spelen.
We zijn vandaag al goed… Hogescholen passen verschillende onderwijsvormen toe en staan dicht bij de student. Hogescholen durven over de muurtjes te kijken: van disciplines, van werkvelden, van onderwijs. Hogescholen zijn door hun nabijheid toegankelijk voor een brede groep uit de samenleving en spelen hierbij hun rol als maatschappelijke emancipator. Hogescholen hebben met hun praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek een unieke plaats in de onderzoekswereld, omdat ze fundamenteel geworteld zijn in de professionele praktijk. En, hogescholen zijn zich ervan bewust dat de kwaliteit van hun output en knowhow, en de relevantie ervan niet meer louter op regionaal niveau afgetoetst kunnen worden. Dat kwaliteit internationaal relevant moet zijn.

We leiden mensen op met praktische knowhow en vaardigheden om kant-en-klare oplossingen te bedenken. Mensen met een ruime blik op een professioneel of creatief beroep. Mensen die tegen een stootje kunnen, zoals bijvoorbeeld alumni van de Hogere Zeevaartschool gewend zijn in hun zee- en officiersleven.

Maar, in een snel evoluerende omgeving is goed niet goed genoeg. Hoe kunnen we in Vlaanderen evolueren from good to great?

Laat ons een blik werpen op de Global Talent Competitiveness Index, die een rangschikking geeft van de mate waarin verschillende landen talent ontluiken, aantrekken, opleiden en behouden en van de resultaten die bereikt worden in ‘technische en professionele competenties’ en ‘algemene kennis’.
Zwitserland is de beste leerling van de klas als het op talentcompetitiviteit aankomt en wordt gevolgd door Singapore en de Verenigde Staten. Vervolgens vinden we Noorwegen, Zweden, Finland en Denemarken. België krijgt globaal een 16de plaats.

Wat ‘opleiden’, en dus ons onderwijssysteem betreft doen we beter met een 9de plaats. Technische competenties blijven evenwel slechter scoren met een 25ste plaats. Wat ‘algemene kennis’ betreft behalen we slechts een 20ste plaats. We scoren nog lager voor innovatie-output, export met hoge toegevoegde waarde, ondernemerschap, STEM-afgestudeerden in het hoger onderwijs en bevolking met een hoger onderwijsdiploma (met slechts een 40ste plaats).

In de meeste landen met topscores hebben bijna 50% van de 25-34-jarigen een diploma hoger onderwijs. In België is dat 44%. Opnieuw: goed maar niet goed genoeg.

U kent allen het spreekwoord: goed begonnen is half gewonnen. Daarom stellen we voor dat Vlaanderen ernaar streeft dat de helft van de 25-34 jarigen een diploma hoger onderwijs behaalt.

Om het streefdoel van een hogere participatie aan hoger onderwijs te kunnen realiseren, zullen we nog meer moeten inzetten op inclusiviteit. Meer inclusiviteit creëert kansen voor demografische groepen die in het verleden te veel buiten de mogelijkheden van talentontwikkeling werden gehouden. Meer inclusiviteit vereist meer diversiteit in onderwijsaanpak, en een nog sterkere studentgeoriënteerde aanpak aan de hogescholen.

Dames en heren

We willen ambitieus zijn en ons vergelijken met de besten in de wereld.

Ja, we willen excellent zijn in de competentieontwikkeling van professioneel gericht en artistiek talent, het talent van morgen. Vraag- en internationale gerichtheid zijn de pijlers van deze visie. Deregulering en voldoende financiële middelen zijn noodzakelijke randvoorwaarden om die visie om te zetten in een strategie van groeiende competenties van, en voor iedereen met talent.

De keuze voor deze groeistrategie impliceert dat Vlaanderen ook moet kiezen om voldoende financiële middelen te voorzien voor het hoger onderwijs, en wel op een niveau dat minstens vergelijkbaar is met wat internationaal gangbaar is. Dit betekent dat een extra impuls van 0,3% van het bruto regionaal product nodig is. Dat is het bedrag dat Vlaanderen vandaag minder spendeert tegenover de OESO-norm van 1,6% van het bruto binnenlands product. De volgende Vlaamse regering zal een belangrijk deel hiervan moeten voorzien. En over een mogelijke verhoging van studiegelden voor vervolgopleidingen aan hogescholen willen we zeker ook het debat voeren.

Innoverende onderwijsvormen, digitale onderwijsvormen, een gedifferentieerde onderwijsaanpak, een flexibel onderwijsaanbod voor levenslang leren, een inclusieve aanpak met een gedegen oriëntatie en heroriëntatie van studenten, nog meer werkplekleren, meer internationalisering, … het zijn allemaal noodzakelijke werkpunten, willen we de Vlaamse hogescholen bij de tijd brengen.

Maar al deze strategische opties zullen sowieso de vaste kostprijs per student verhogen. Daarom is het noodzakelijk dat de financiering per hogeschoolstudent de volgende legislatuur wordt verhoogd met minstens 1.500 euro per student. Enkel op die manier zullen de hogescholen samen met hun partners daadwerkelijk kunnen bijdragen tot meer groei in competenties van, en voor iedereen. Enkel op die manier zullen we als hogescholen kunnen bijdragen dat elk talent mag en wil meedoen in de creatie van onze gemeenschappelijke welvaart en van een duurzame samenleving.

Dames en heren

Tegenover onze vraag naar extra financiering, staat natuurlijk een verantwoordelijkheid. Als hogescholen willen we samen met de overheid onze verantwoordelijkheid opnemen om een aantal aanpassingen door te voeren. Ik noem er vijf. Vijf doorbraken waarover we het debat willen voeren met andere maatschappelijke middenveldorganisaties en politieke verantwoordelijken in de aanloop naar de verkiezingen in 2019. Vijf doorbraken die het beleidskader toekomstproof maken.

Eerste doorbraak: een proactief, wendbaar en doelmatig aanbod van opleidingen.

Hogescholen zijn de plek bij uitstek waar mensen worden opgeleid tot professionals die up to date klaar zijn voor de praktijk in het werkveld. Wat de beroepen van de toekomst precies zijn, weten we niet. Toch is het onze maatschappelijke taak studenten hierop voor te bereiden. Dit vraagt van de hogescholen een wendbaar opleidingenportfolio. Daarom is het noodzakelijk stil te staan bij het huidige opleidingen- en onderzoeksportfolio en na te gaan welke verbeteringen en vernieuwingen hierin noodzakelijk zijn om een aanbod te verzorgen dat relevant is voor ‘morgen en overmorgen’.

Het is zeker en vast aangewezen dat er in elke basisopleiding voldoende aandacht gaat naar transfereerbare competenties en naar digitale geletterdheid.

Daarnaast wil VLHORA samen met de Vlaamse hogescholen tot betere onderlinge programmatie-afspraken komen om een proactief, wendbaar en doelmatig opleidingsaanbod aan te kunnen bieden. De werkgroepen zijn aan het werk, en willen tegen de zomer klaar zijn met een toekomstbestendige programmatieprocedure.

Tweede doorbraak: een flexibel aanbod vervolgopleidingen in het kader van een leven lang leren.

Een aanbod ontwikkelen voor levenslangleerders vertrekt vanuit de noden van het werkveld. Om de steeds complexere uitdagingen van de praktijk als professional beter te begrijpen en de baas te blijven, wordt een aanbod van professionele masters als vervolgopleiding noodzakelijk. Om deze maatschappelijke behoefte goed in te vullen voldoen professionele masters wel aan een aantal criteria: verbinding met de beroepspraktijk, integratie van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, multidisciplinaire aanpak, en samenwerking met het werkveld. Bovendien is een praktijkervaring misschien ook wel aangewezen om aan de opleiding te mogen beginnen.

Een tweede nieuw conceptueel aanbod dat ontwikkeld zou kunnen worden, is een ‘terugkommoment’ voor hogeschoolalumni. Disruptieve trends veranderen permanent de aard van de jobs. Om bij te blijven zouden werknemers meer dan vandaag flexibel en modulair moeten kunnen deelnemen aan opleidingstrajecten op maat. Sectorale opleidingsfondsen of ondernemingen zouden de kosten die ermee gepaard gaan, kunnen co-financieren. Dit zal een boost geven in de inzetbaarheid van de beroepsbevolking. Laat ons prioritair beginnen en samen met het werkveld werk maken van flexibele trajecten voor opleidingen die toeleiden naar knelpuntvacatures.

Derde doorbraak: een verdere uitbouw van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek voor oplossingen en experimenten in het werkveld.

De Global Talent Competitiveness Index leert ons dat ons land nog steeds met de innovatieparadox te kampen heeft. De innovatieve output van nieuwe producten en diensten blijft ondermaats, de export met hoge toegevoegde waarde kan beter.

Het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek aan de hogescholen – ook wel PWO genoemd- zorgt voor oplossingen en experimenten die op de werkvloer mee het verschil maken. Hierbij is co-creatie de norm. Een groeipad voor de financiering van PWO aan de hogescholen zal bijgevolg zeker additioneel bijdragen tot oplossingen en experimenten waarnaar het werkveld op zoek is.

Vierde doorbraak: een uitbouw van internationalisering aan de hogescholen.

Dat een verdere uitbouw van internationalisering aan de hogescholen wenselijk is, is evident in een globaliserende economie en samenleving. Weet wel dat internationale mobiliteit van studenten en docenten ‘wederkerigheid’ inhoudt. Men kan maar 1.000 studenten uitsturen als de hogeschool ook bereid is om een evenredig aantal buitenlandse studenten op te nemen. Dit is partnerschap. Een noodzakelijke voorwaarde is dat hogescholen minstens één semester anderstalig onderwijs kunnen aanbieden in iedere opleiding. En dat buitenlandse studenten onze opleidingen aantrekkelijk genoeg vinden. Onze Schools of Arts tonen alvast aan dat onze opleidingen internationaal zeer aantrekkelijk kunnen zijn.

Vijfde doorbraak: een correcte en doelmatige financiering voor de hogescholen.

Opnieuw. Om de economische en maatschappelijke uitdagingen de baas te kunnen, is een extra financiering van 1.500 euro per student noodzakelijk. Zo komen we op een aanvaardbaar financieringsniveau en kunnen onze hogescholen de werven aanvatten die hen bij de tijd brengen.

Het huidige financieringsmodel creëert hyperconcurrentie tussen de hogescholen met nadelige effecten voor de student en het afnemend werkveld. Een optimalisering van het model dringt zich op waarbij de toename van de vaste kosten door de toename van het aantal studenten beter vergoed kan worden, waarbij de financieringspunten van de opleidingen beter in lijn gebracht worden met de werkelijke kost van de opleidingen, en waarbij digitalisering, differentiatie in onderwijsaanpak en effectieve heroriëntering voldoende financiële armslag kunnen krijgen.

Dames en heren

Om werkelijk iets te bereiken moet je empathie opbrengen. Empathie voor de student en voor het werkveld. Talenten doen groeien in hun professionele en artistieke competenties is onze opdracht. Hiervoor willen we toekomstbestendige beleidskaders uitwerken.

Vandaag heb ik enkele beleidsopties voorgesteld. Hierover willen we bottom up het debat verder voeren en na overleg en onderzoek concretere beleidsproposities uitwerken. Beleidsproposities die we in het volgende Vlaams regeerakkoord graag gevalideerd willen zien.

Daarvoor lanceren we vandaag onze campagnewebsite www.talentvoormorgen.be. Surf er zeker eens naartoe.

Kortom dames en heren
Voor het talent voor morgen, …geef stilstand geen ruimte.
Ik dank u.

Ons adres

Ravensteingalerij 27 bus 3 – 1e verd. B-1000 Brussel

Pin It on Pinterest

Share This